Info & Links
Nieuwsbrief
Wat is Argentijnse tango
De Argentijnse Tango
Argentijnse tango is een dansvorm die is ontstaan aan het eind van de 19e eeuw aan de Rio de la Plata in Buenos Aires en Montevideo. Hieruit is de stijldans ballroomtango ontstaan, maar de Argentijnse tango is de meest oorspronkelijke vorm.
Er zijn enige overeenkomsten, maar toch verschillen ze sterk van elkaar in muziek en karakter. De Argentijnse Tango kenmerkt zich door de danshouding in de omhelzing en heeft geen vaste figuren, maar passen die in alle mogelijke variaties improviserend worden gedanst.
Dit maakt dat deze dans niet eenvoudig en/of snel te leren is en geduld en doorzettingsvermogen vraagt van cursisten. Wie de dans eenmaal heeft aangeleerd kan overal ter wereld met iedere andere partner de vloer op.
De tango wordt vooral gedanst in salons aangeduid met de term milongas. In de milongas wordt niet alleen de tango zelf gedanst, maar ook de tangowals en de milonga: een voorloper van de tango.
De Argentijnse Tango staat sinds 2009 op de immateriële werelderfgoedlijst van de UNESCO. Een uitgebreide geschiedenis staat vermeld op Wikipedia.
The flow of Tango (hoe te acteren op de dansvloer)
De grondbeginselen van goede dansvoering zijn ontstaan gedurende vele decennia van de milonga’s in Buenos Aires. Door de danslijn en de aangrenzende dansers te respecteren, kan iedereen zich meer concentreren op de muziek en zijn partner, meer genieten van de tanda en ongelukken beperken.
Vergeet niet, we dansen gezamenlijk op de dansvloer.
Voor aanvang van de dans:
- Zoek elkaar op bij voorkeur langs de zijkanten.
- Wacht idealiter tot het nummer of beter nog de tanda is afgelopen.
- Steek niet rechtstreeks de dansvloer over.
Aanvang van de dans:
- Betreed de dansvloer in de hoeken of waar er ruimte is, en niet eerder nadat het paar links van je je heeft gezien.
- Begin niet vlak naast een ander paar en dwing ze niet uit hun baan te gaan.
- Volg de rijstroken tegen de klok in en wissel niet van rijstrook.
Het aantal en de breedte van de banen hangt af van de grootte van de dansvloer en het aantal dansers. Over het algemeen zijn er twee banen van ongeveer 1 meter breed.
Tijdens de dans:
- Probeer je danslijn in het midden van de baan te houden (1).
- Vermijd backsteps of terugdansen naar het paar achter je. Houd je bewegingen klein als het drukker wordt op de dansvloer.
- Ga niet passeren. Maar als je moet passeren binnen je eigen rijbaan, passeer dan alleen aan de linkerkant, nooit aan de rechterkant.
- Wisselen van rijbaan heeft de voorkeur boven passeren.
- Vermijd het continue wisselen tussen de twee banen (3). Zweven in de buurt van of zigzaggen over de randen van de baan is erg vervelend en veroorzaakt chaos op de dansvloer.
- Als je van baan moet veranderen, zorg er dan voor dat je opgemerkt wordt.
- Geef ruimte aan anderen die van baan willen wisselen (2).
- Vermijd “bumperkleven”. Het paar voor je moeten nog steeds een giro of een andere figuur kunnen doen (4).
- Doe bij een file je best om op je rijstrook te blijven. Meestal is het na het passeren niet veel beter (5).
- Gebruik kleine ruimtes (6).
- Als er veel ruimte voor je is, is er waarschijnlijk een file achter je (7).
- Blijf bewust van aangrenzende paren door rondom je heen te kijken (8).
- Kleine giro’s tegen de klok in helpen je beter inzicht van de omgeving te krijgen.
- Volgers: Houd bij een drukke dansvloer de gancho’s en boleo’s laag en dicht bij de vloer.